Goed nieuws eerder deze maand: literair tijdschrift De Gids blijft voortbestaan.
Het tijdschrift, dat volgens de eigen redactie door het stopzetten van de rijkssubsidie ten dode was opgeschreven, gaat fuseren met De Groene Amsterdammer. Het is een kwestie van afwachten tot HP/De Tijd, Vrij Nederland en het Reformatorisch Dagblad soortgelijke fusies met Tirade, De Revisor of Liter aankondigen.
De ondergang van de literaire tijdschriften is de laatste jaren vaak voorspeld, of zelfs al geconstateerd. Niet in de laatste plaats door Bart Temme, die in 2009 afstudeerde op een scriptie over vier literaire tijdschriften en sindsdien een zelfverklaarde autoriteit op dit gebied. Zo orakelde Temme een half jaar geleden dat de literaire tijdschriften hun ondergang zelf hadden bewerkstelligd. De gedachtegang die leidde tot deze conclusie ging ongeveer als volgt:
Het literaire tijdschrift fungeert sinds jaar en dag als kweekvijver voor nieuw talent en als podium voor het literaire debat. De bijdragen aan literaire tijdschriften leiden echter nog maar zelden tot een echt literair debat, auteurs debuteren steeds vaker met een roman in plaats van met een tijdschriftpublicatie en uitgevers zetten liever in op potentiële bestsellers dan op hoogwaardig literair talent. Ergo, het literaire tijdschrift is haar voornaamste functies kwijt. De conclusie vervolgt met tips voor het opnieuw verwerven van literaire status, invloed en symbolisch kapitaal; het soort literatuursociologische kwakzalverij waarmee je in Groningen kennelijk nog altijd kunt afstuderen.
Blijkbaar gaat Temme uit van de misvattingen dat beginnende schrijvers altijd debutanten moeten zijn en dat de voornaamste functies van een literair tijdschrift niet kunnen veranderen.
Inderdaad is het literaire tijdschrift haar functie als podium voor debat kwijtgeraakt aan literaire websites en andere digitale initiatieven. Maar dat het literaire tijdschrift haar kweekvijverfunctie is kwijtgeraakt, is onjuist.
Het publiceren van debutanten is voor het literaire tijdschrift nooit een doel op zich geweest en kan dat ook niet zijn. Want hoewel het jaarlijkse aantal debuutromans misschien anders doet vermoeden; zoveel talent is er nu ook weer niet. En het aanwezige talent kan maar één keer debuteren.
Het literaire tijdschrift biedt talent de kans zich te ontwikkelen. Zo publiceerden talentvolle, beginnende schrijvers en dichters als Daan Heerma van Voss, Roman Helinski, Thomas Heerma van Voss, Joost de Vries, Maartje Wortel, David Pefko, Merijn de Boer, Philip Huff, Pim te Bokkel en Lieke Marsman de afgelopen twee jaar met enige tot grote regelmaat in De Gids, Hollands Maandblad en Tirade. Zo bieden deze tijdschriften een podium aan talent dat hen nergens anders meer wordt geboden. Onmisbaar.
Dat de literaire tijdschriften het vanaf volgend jaar zonder subsidie moeten doen is jammer en zuur. De staatssecretaris voor Cultuur wil investeren in talent, maar draait kweekvijvers als productiehuizen en literaire tijdschriften de nek om en kiest daarmee juist voor wat zich al bewezen heeft. Gelukkig hoeft dit niet altijd het einde te betekenen; soms betekent het zelfs een nieuw begin.
Het literaire tijdschrift is dood! Leve het literaire tijdschrift!
